“Een opleiding is niet even snel een papiertje halen”

Paro-preventieassistent, kwaliteitsmedewerker en lesassistent Hennie Pereboom

Als 17-jarig meisje stapt Hennie Pereboom een tandartspraktijk binnen. Met alleen een mavodiploma op zak is ze op zoek naar een baan. Het lijkt haar wel wat om als baliemedewerker aan de slag te gaan. Ze belandt aan de stoel en vindt dat tot haar eigen verrassing ontzettend leuk. 35 jaar later vindt ze dat nog steeds. Inmiddels combineert ze haar werk als paro-preventieassistent met een baan als kwaliteitsmedewerker en lesassistent bij Edin Dental Academy. “Mijn werk is uitdagend en afwisselend. Dat vind ik fantastisch.”

Door: Annemiek During

Hennie Pereboom (52) is geboren en getogen op Urk, een voormalig eiland aan de rand van de Noordoostpolder. “Urk is een hechte gemeenschap. Bijna iedereen die er geboren wordt, blijft er ook.” Als tiener wil ze eigenlijk graag de horeca in, maar het lukt haar niet om dicht bij huis een stageplek te vinden. Dus zit ze thuis. “Daarom stelde mijn moeder me voor de keuze: of je vindt binnen drie maanden een baan of opleiding, of je gaat net als de meeste Urkers de visindustrie in. Dat was mijn nachtmerrie.” En dus zet Hennie alles op alles om een baan te vinden. Die vindt ze bij een tandartspraktijk op Urk. “De eerste dag maakte ik de hele praktijk schoon, de tweede dag kreeg ik een papier met de gebitsstatus in m’n handen geduwd. Die moest ik uit m’n hoofd leren. Een week later stond ik de controles van de tandarts in te kleuren. Ook stond ik al snel te assisteren aan de stoel, samen met een andere assistente die mij alles leerde. Dat was ik nooit van plan geweest, want ik was bang voor bloed. Maar ik vond het leuk. Héél leuk zelfs. Tussen de middag gingen we altijd naar huis om te eten en mijn vader klaagde na een tijdje dat hij niets anders meer hoorde dan tanden en kiezen,” lacht Pereboom.

Het felbegeerde papiertje

Ze trouwt, wordt moeder van twee dochters en verlaat op haar dertigste Urk. “We verhuisden naar een dorpje vlak naast Urk, waar we net wat vrijer gingen wonen en waar de meiden lekker in het weiland konden spelen.” Na twaalf jaar in dezelfde praktijk gewerkt te hebben, kiest ze ervoor om thuisblijfmoeder te worden. Maar als ook haar jongste dochter naar de basisschool gaat, pakt ze haar werk weer op bij een van haar oude bazen op Urk. “Ik had het heel erg gemist. Gelukkig was ik wel zo nu en dan voor een paar maanden ingevallen in praktijken in de omliggende dorpen, dus was ik er niet helemaal uit.” In de praktijk waar Pereboom gaat werken, werkt de tandarts op drie kamers. “Ik had mijn eigen kamer, waar ik de behandeling voorbereidde en zelfstandig handelingen uitvoerde, zoals afdrukken maken, sealen, fluoride geven en tandsteen verwijderen.” Het gaat haar goed af. Maar toch ontbreekt er nog wat. “Ik merkte dat ik theoretische kennis miste. Ik wist wel hóe ik een handeling moest uitvoeren, maar niet waaróm. Ik wilde begrijpen wat erachter zat. Daarom wilde ik mijn preventiediploma halen.” Maar de tandarts met wie Pereboom samenwerkt, ziet de toegevoegde waarde daar niet van in. Dus gaat ze op zoek naar een praktijk waar ze wel de ruimte krijgt om de opleiding te volgen.

Nooit uitgeleerd

Ze komt terecht bij een praktijk in Zwartsluis. “Mijn dochters zaten op verschillende sportclubs. Ik nam mijn studieboeken mee en ging zitten leren als zij aan het sporten waren.” Na de opleiding tot preventieassistent volgt Pereboom ook de opleiding tot paro-preventieassistent en haalt ze haar lokale verdovingdiploma. “Door meer theoretische achtergrondkennis te hebben, wordt het werk steeds leuker en interessanter. Je gaat ook op een andere manier denken en werken. Nu wist ik de juiste vragen te stellen en dingen te verklaren die ik eerst nooit begreep, zoals waarom de tanden van een vriendin los gingen staan na haar zwangerschap.” Maar uitgeleerd en uitgegroeid? Dat is Pereboom nog niet. Ze wil ook nog graag de opleiding initiële therapie volgen. Omdat daar in de praktijk in Zwartsluis geen ruimte voor is, solliciteert ze bij Dental Clinics in Almere. Daar krijgt ze de vrijheid om zich nog verder te ontwikkelen.

Aan de slag bij Edin

Ondertussen verhuist Pereboom naar Harderwijk en neemt ze deel aan een klankbordgroep van Edin. Even later ziet ze een vacature voor kwaliteitsmedewerker voorbijkomen. “Ik stond vijf dagen per week aan de stoel. Ik had het heel erg naar m’n zin, maar ik vond het niet echt afwisselend. Het gevaar is dan dat je minder alert bent en dat zou ik vreselijk vinden. Daarmee doe je de patiënt en jezelf tekort.” Dus solliciteert ze én wordt ze aangenomen. Eerst werkt ze nog tweeënhalve dag bij Dental Clinics en drie dagen bij Edin, maar al snel gaat ze de hele week bij Edin aan de slag en werkt ze nog een halve dag per week als paro-preventieassistent. Inmiddels is ze ook lesassistent en doceert ze bij de tandartsassistentenopleiding. “Nu is mijn werk heel divers en daar ben ik blij mee. Maar stiekem mis ik mijn patiënten bij Dental Clinics natuurlijk best een beetje.”

Veel meer dan afzuigen

Nu Pereboom bij Edin werkt, merkt ze dat het halen van een diploma vaak wordt onderschat. “Het is niet even snel een papiertje halen. Het kan best pittig en ingewikkeld zijn. En ook als je eenmaal een diploma op zak hebt, betekent dat niet dat je alles gelijk kunt. Je moet ervaring opdoen. Het behelst zoveel meer dan afzuigen. Als tandartsassistent moet je vooruitdenken. Eigenlijk moet je bijna in het hoofd van de tandarts kunnen kijken. Het kost tijd voordat je alle behandelingen precies kent. Het is dus heel normaal als je het soms even niet weet, maar dan is het wel belangrijk dat je op het juiste moment vragen stelt.”

Wandelschoenen aan en gaan

Met een werkweek van vijfenhalve dag, is het voor Pereboom niet altijd gemakkelijk om tijd voor zichzelf vrij te maken. “Er ligt al een half jaar een boek te wachten om gelezen te worden, maar ik heb het nog niet opengeslagen.” Om toch tot rust te komen, trekt ze graag haar wandelschoenen aan. “Ik vind het heerlijk om buiten te zijn, de wind in m’n gezicht te voelen, om me heen te kijken en water te zien.” Twee jaar geleden liep ze de Nijmeegse Vierdaagse, vijftig kilometer. Dat is flink trainen. “Je begint met twintig à dertig kilometer per week en dat moet je opvoeren. Dat is best een uitdaging met een meer dan fulltime werkweek. Daarom had ik bedacht dit jaar de Vierdaagse mee te doen met veertig kilometer, maar helaas is het net als vorig jaar gecanceld. Hopelijk volgend jaar beter!”

 

Start het gesprek

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Plaats uw opmerking!
Vul hier uw naam in

Advertentie
Advertentie

Ontvang onze nieuwsbrief!

Schrijf je in en ontvang als eerste het laatste nieuws in je mailbox

Het laatste nieuws