“Cariës vermindert als we leren om bij gezinnen achter de voordeur te kijken”

DOOR Kees Adolfsen

Daniëlle van Lunsen heeft als pedodontoloog – oftewel kindertandarts – een praktijk in Amsterdam. Daarnaast geeft ze bij Edin nu zo’n vijftien jaar trainingen, die zich inmiddels helemaal richten op de mondzorg aan kinderen. Doelgroep: (preventie)assistenten en mondhygiënisten. Daniëlle is vaak onder de indruk van de motivatie en de betrokkenheid van haar cursisten: “Mondzorg gericht op kinderen krijgt in steeds meer praktijken echt een eigen plek.”

Is dat geen pittige combinatie: een praktijk leiden én lesgeven?

“Die afwisseling werkt voor mij juist heel goed. Het geeft mij steeds weer nieuwe energie om door te geven wat ik als pedodontoloog aan specialistische kennis heb. Bovendien wisselen cursisten onderling veel ervaringen en ideeën uit, dat is voor mij weer verrijkend. Ik kwam bij Edin terecht via Frans Frankenmolen. Het was zijn initiatief om een aparte cursus kindertandheelkunde op te zetten. Frans is helaas overleden – ik heb het stokje overgenomen. Daar heb ik nooit spijt van gehad. Integendeel.”

Waarom is speciale aandacht voor mondzorg aan kinderen zo belangrijk?

“Daar zijn twee hoofdredenen voor. Allereerst wordt de basis voor het vertrouwen in de tandarts in de jongste jaren gelegd. Daarom is het belangrijk dat je het als behandelaar in de eerste contacten direct goed oppakt en het kind positieve ervaringen meegeeft, zelfs al heeft het een keer pech en moet het een nare behandeling ondergaan. Als je ook bij een verdoving, boren of een kiesje trekken begripvol en lief bent, ontwikkelt het kind niet per se angst voor de tandarts.

Daarnaast is het zaak cariës bij kinderen zo vroeg mogelijk te signaleren. Zijn we er op tijd bij, dan kunnen we die vaak nog niet-restauratief behandelen. Daarmee kun je pijn en ontsteking voorkomen. Want dan zijn we eigenlijk al te laat: dan móét je altijd meteen ingrijpen.”

Op welke leeftijd start de mondzorg aan kinderen?

“Dat is gekoppeld aan het eerste doorbreken van tandjes, dus al vóór ze twee jaar zijn. Idealiter gaat het kind dan voor het eerst met het gezin mee naar de tandarts. Hier kunnen preventieassistenten een beslissende rol spelen. Spelenderwijs samen poetsen, met het stofzuigertje de mond in, kleuren en polijsten: je kunt dat voor die kleintjes heel leuk maken, zodat ze erop voorbereid zijn wanneer er echt een keer iets moet gebeuren. Bovendien zie je bij kinderen met een hoog cariësrisico vaak al op twee- à driejarige leeftijd occlusaal een of meer gaatjes. Dat kunnen we vaak afdekken (met een kroontje bijvoorbeeld), zonder te hoeven boren of verdoven. Wordt die vroege cariës niet gezien, dan ontwikkelt het kind vaak als het vier of vijf is al meerdere zichtbare gaatjes, mét pijnklachten, en bezoekt de ouder daarom de tandarts. Dan is bij het eerste contact direct behandeling nodig: als dat je eerste ervaring is, ontwikkel je veel makkelijker angst voor de tandarts.”

Lopen we in Nederland niet al decennialang voorop in het bestrijden van cariës?

“Bij kinderen onder de tien, dus in het melkgebit, hebben we cariës zeker kunnen terugbrengen. Maar er valt nog genoeg winst te behalen: bij een kwart van de vijfjarigen zien we nog steeds één of meer gaatjes. Bij tieners zien we een veel dramatischer beeld, bij hen is cariës sinds 2011 significant toegenomen. Het percentage tieners met cariës loopt op van ruim een derde van de 11-jarigen tot twee derde van de 17-jarigen, tot zelfs 80% van de 23-jarigen. Ook erosie is een fors probleem. En hier hebben we het natuurlijk over blijvende schade in het volwassen gebit, waar je je hele leven mee verder moet. Voor die problemen bij tieners zijn duidelijke oorzaken. Ze gaan hun verzorging meer zelf doen, bepalen hun eigen eten en drinken. Voeding, waaronder snacks, fris, sport- en energiedrankjes, vormt een enorme verleiding en op die leeftijd overzien ze de gevolgen nog niet. Daarom moeten we in onze voorlichting aan patiënten in de praktijk niet alleen hameren op goed poetsen. We moeten duidelijk maken dat als je zo vaak en zo veel zoet en zuur tot je neemt, je cariës en erosie bijna niet kunt voorkomen.”

Is er in reguliere praktijken voldoende ruimte voor dat soort voorlichting?
“Ik merk bij cursisten dat die ruimte er steeds meer komt, zeker voor jonge kinderen en hun ouders. Ik ben vaak onder de indruk van de enorme motivatie en kundigheid die assistenten en preventieassistenten op dit gebied hebben. Ze zijn heel creatief in het voorbereiden van kinderen: spelletjes met de pop, apps op smartphones, zelf ontwikkelde instructiepakketjes, posters, beloningsdiploma’s. Met programma’s als ‘Gewoon Gaaf’ kunnen kinderen al heel vroeg, onder vergoeding van de verzekeraar, mee in een preventietraject. Dus die ruimte is er. Over de invulling daarvan, zeker bij het betrekken en benaderen van de ouders, valt veel te zeggen. Ook hier kunnen (preventie)assistenten een heel belangrijke rol spelen in het ondersteunen van de tandarts. Ouders blijken vaak helemaal niet goed te snappen waarom het kind gaatjes heeft, en ze voelen zich er ook schuldig over. Het komt erop aan dat je als behandelteam leert om in gezinnen achter de voordeur te kijken: hoe gaat het er in het gezin aan toe? Wat zijn de gewoontes thuis? Hoe is het in de hectische spitsuurtjes rond het naar school, werk en bed gaan? Wil het kind alles zelf doen, en mógen de kinderen dat ook? Inzicht krijgen in het type kind is net zo belangrijk: gaan een limonade met koekje snel naar binnen en speelt het daarna verder, of is het een dromer of treuzelaar die elke tien minuten een hapje of slokje neemt? In dat geval lukt het niet de eetmomenten te beperken tot de maximaal zes die we adviseren, en krijgt het gebit geen tijd te herstellen. Daar moet je als team dus uitleg over geven. Clusteren van eet- en drinkmomenten is daarbij het toverwoord. Niet: in dit huis wordt niet gesnoept. Wel: dit mag je aan lekkers, maar het moet binnen het kwartier op zijn. Daarna drie uur niks, of alleen water en een komkommertje.”

Het is dus belangrijk om duidelijk te zijn tegen ouders?

“Zeker, dat is voor het hele team, dus ook voor preventieassistenten een belangrijk leerpunt. Zorg ook dat je erachter komt hoe het poetsen gaat. Kinderen in de peuterpuberteit kunnen bij alles tegenstribbelen, dus ook bij poetsen. Maar een kind van twee of drie kan nog lang niet zelfstandig poetsen. Adviseer dus om niet te poetsen als het kind al helemaal moe is. Doe het bij voorkeur liggend op bed, of op de bank bij de tv, met goed licht en zicht: elk kind moet echt met een schoon gebit én zonder fles naar bed. Wat geef je je kind bij het ontbijt en mee naar school? Allemaal elementen die je ter sprake kunt brengen. Tegelijkertijd wil je de ouders liefst een beetje op afstand tijdens de omgang met het kind in de stoel. Bespreek dus vooraf wat er gebeurt als het kind schrikt of huilt. Laat ouders dan niet ingrijpen of het kind uit de stoel tillen. Vinden ze het zelf eng, dan kunnen ze beter in de wachtkamer wachten. Ouders beloven het kind vaak ook dingen die jij als behandelaar niet kunt waarmaken. Jij moet het doen als behandelaar, dus jij hebt het vertrouwen van het kind nodig. Daarvoor is sowieso nodig dat je altijd eerlijk bent. Zeg wat je doet en doe wat je zegt, met dat credo word je als pedodontoloog opgeleid.”

Zijn dat nieuwe inzichten voor preventieassistenten?
“Dat denk ik wel ja. De meeste trainingen voor hen zijn gericht op volwassenen. Maar die komen veelal om andere redenen: schoonmaken, tandsteen verwijderen, parodontitis voorkomen. Kinderen komen om cariës te voorkomen. En als je als ouders te soft bent in het doorpakken met poetsen, komt de harde realiteit alsnog als blijkt dat ze op jonge leeftijd pijn of ontsteking door cariës in meerdere kiesjes hebben. Door het ontbreken van goede preventie moet er dan echt behandeld gaan worden, wat zonder vroege gewenning bij de tandarts erg confronterend kan zijn. Preventieassistenten kunnen ouders al vroeg meenemen in de preventie én leren die cariëspatronen op tijd te signaleren. Wat begint met – op het oog – één gaatje op het oog, blijkt vaak op röntgenfoto’s veel meer te zijn omdat approximale cariës vaak in ieder kwadrant twee kiezen naast elkaar aantast. Natuurlijk komt een deel van het behandeltraject bij de tandarts terecht. Maar preventieassistenten kunnen na scholing een flink deel op zich nemen: foto’s maken, per kies bekijken welke behandeling nodig is, sealen, fluorideren, kroontjes aanbrengen en ook verdoven en licht boren – dit in opdracht en onder toezicht van tandarts of mondhygiënist.
Ik denk dat er in elke praktijk wel een of twee assistenten rondlopen met echte affiniteit met kinderen en met de mondzorg die daarbij hoort, in al haar facetten. Spreek het aanwezige talent aan en zorg als praktijk dat je een plan hebt voor kindertandheelkunde, met een duidelijke rolverdeling in je team. Dat zorgt voor een win-winsituatie voor kinderen, ouders en behandelaars. Met de preventieassistent als kindercoach.”

Als die aandacht in praktijken en de ondersteuning van preventieprogramma’s voor kinderen doorzet, wordt het vak van pedodontoloog dan overbodig?

“Dat zou misschien mooi zijn, maar het zal niet gebeuren. Want we krijgen nu kinderen ingestuurd die inderdaad cariës hebben gekregen, of bij wie de tandarts iets mis denkt te zien gaan waar hij geen grip op heeft. Daarnaast krijgen best veel kinderen kaasmolaren, met in aanleg een inferieure glazuurlaag. Dat blijft een specialistische aanpak vereisen. Ook krijgen we kinderen met een tandtrauma door vallen, met angst, ADHD of andere gedragsproblemen en met een specifieke medische achtergrond. Maar inderdaad, alles wat vroeg en dus al vóór het tweede jaar bij de eigen tandarts gebeurt, juich ik enorm toe. En ik stimuleer assistenten heel graag daarbij hun eigen rol te pakken.”

Zes tips van Daniëlle rondom kindermondzorg:

  • Kinderen neem je het best vanaf het doorkomen van de eerste tandjes mee naar de tandarts, dus al vóór ze twee zijn.
  • Vroeg signaleren kan angst voor de tandarts voorkomen: de eerste cariës kan vaak niet-restauratief behandeld worden.
  • Naast het advies om goed te poetsen is voorlichting over de effecten van verkeerde voedingsgewoonten minstens zo belangrijk, zeker aan pubers.
  • Bespreek en ontdek samen met ouders welke gezinspatronen van invloed zijn op de mondgezondheid van kinderen. Cluster eet- en drinkmomenten!
  • Probeer een vertrouwensrelatie met kinderen op te bouwen zonder tussenkomst van ouders. Zeg daarbij wat je doet en doe wat je zegt.
  • Benut de kwaliteiten en de motivatie van teamleden als het gaat om kindertandheelkunde. Agendeer kindertandheelkunde structureel en maak gebruik van de vergoedingen van preventieprogramma’s.

 

Start het gesprek

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Plaats uw opmerking!
Vul hier uw naam in

Advertentie
Advertentie

Ontvang onze nieuwsbrief!

Schrijf je in en ontvang als eerste het laatste nieuws in je mailbox

Het laatste nieuws