Een afwijking van het mondslijmvlies: wat te doen?

DOOR Reinier van de Vrie, Ben Adriaanse

In gesprek met prof. dr. Isaäc van der Waal

Naast de tandarts en de mondhygiënist hebben ook (preventie)assistenten de verantwoordelijkheid om oplettend te zijn op tandvlees- en slijmvliesafwijkingen, vindt emeritus professor Orale Pathologie Isaäc van der Waal. Want hoewel het om een onschuldige afwijking kan gaan, is het in sommige gevallen ook mogelijk dat de afwijking op een ernstige aandoening wijst, zoals mondkanker. Voor AccreDidact Preventieassistent schreef Van der Waal de nascholing ‘Aandoeningen van mondslijmvlies en tandvlees’. De Tandartsassistent vroeg Van der Waal naar mondafwijkingen en wat de preventieassistent met het nascholingsprogramma kan in de praktijk. 

Waarom is kennis over dit onderwerp voor tandartsen en ook voor preventieassistenten zo belangrijk?

“Van oudsher is vanuit de tandheelkundige professie de aandacht vooral gericht geweest op cariës en paroproblematiek en veel minder op afwijkingen die zich in het mondslijmvlies kunnen voordoen. Aan die afwijkingen is tegenwoordig in de opleidingen binnen de mondzorg veel meer aandacht. De overgrote meerderheid van de mondslijmvlies- en de niet-plaquegerelateerde tandvleesafwijkingen is goedaardig, maar er zijn ook afwijkingen die onschuldig lijken, maar toch over kunnen gaan in kwaadaardigheid of op dat moment al kwaadaardig zijn. We praten dan over mondkanker. Het is in de praktijk lang niet altijd duidelijk om wat voor soort afwijking het gaat en of er al of niet reden is tot zorg.”

Hoe gedetailleerd moet de preventieassistent op de hoogte zijn van alle denkbare mondslijmvlies- en niet-plaquegerelateerde afwijkingen?

“Er zijn tientallen, vaak ook zeldzame, mondafwijkingen. Ik verwacht niet dat een tandarts, een mondhygiënist of een preventieassistent daar alle details van paraat heeft, maar er mag van hen wel worden verwacht dat zij voldoende thuis zijn in de mond om te zien wat afwijkend is en wat niet. Daarbij kan het raadplegen van naslagwerken en atlassen nuttig zijn, of een betrouwbare bron op internet, zelf of samen met de patiënt. Ook is het van belang dat tandartsen, mondhygiënisten en preventieassistenten hun patiënten over de meest gangbare mondafwijkingen adequaat voor kunnen lichten, mondeling en bij voorkeur ook met schriftelijke ondersteuning.” 

Op welk moment moet de preventieassistent de hulp inroepen van de tandarts?

“Als de preventieassistent een mondslijmvliesafwijking – of die nu wel of geen klachten geeft – niet direct kan herkennen, is het belangrijk dat hij of zij de hulp van de tandarts inroept. Dat is aan een patiënt goed uit te leggen: ‘Ik zie iets wat ik zelf niet goed kan beoordelen en wil graag het oordeel van de tandarts weten.’ Laat het niet op zijn beloop vanuit de gedachte: het zal wel niets zijn.”

“Je wilt in de mond kunnen herkennen wat afwijkend is en wat niet”

Kan de preventieassistent een rol spelen bij het voorkomen van mondslijmvlies- en niet-plaquegerelateerde afwijkingen?

“Het tandheelkundig team, inclusief de preventieassistent, heeft een belangrijke rol bij het voorkomen van paroproblemen en ook van mondkanker door een duidelijk ontmoedigingsbeleid te voeren bij patiënten die roken. Bij jongeren staat natuurlijk het niet beginnen met roken voorop, terwijl het bij ouder en om geheel stoppen – niet alleen minderen – met roken gaat. Leg de patiënt uit dat stoppen met roken ook op latere leeftijd wel degelijk zinvol is. Niet alleen om de kans op het krijgen van mondkanker te verkleinen, maar ook kanker in andere organen in het lichaam, met name de longen. Daarnaast vergroot roken in aanzienlijke mate de kans op het krijgen van hart- en vaatziekten en de al genoemde paroproblemen.”

Tot hoever reikt het werkterrein van tandheelkundig geschoolde gezondheidswerkers?

“Er wordt weleens gezegd dat tandheelkundig opgeleide gezondheidswerkers, dus tandartsen, mondhygiënisten en preventieassistenten, ook verstand moeten hebben en routinematig onderzoek moeten doen van de hals. Ik betwijfel sterk of dat bij de huidige opleidingen realistisch is. Dit vraagt veel kennis en ervaring, waar je niet zomaar even in kunt worden geschoold. Een soortgelijke discussie vindt plaats over afwijkingen van het gelaat. Zo kun je als preventieassistent weleens een plekje in het gelaat constateren dat misschien nadere aandacht nodig heeft. Het lijkt in dat geval logisch om de tandarts om advies te vragen en het aan hem of haar over te laten of er een reden is voor verwijzing naar bijvoorbeeld een mka-chirurg.”

“Bij twijfel is het belangrijk dat je de hulp van de tandarts inroept”

 

Korte biografie prof. dr. Isaäc van der Waal

Prof. dr. Isaäc van der Waal studeerde in 1968 als tandarts af in Utrecht en specialiseerde zich in mondziekten en kaakchirurgie in het VU-ziekenhuis te Amsterdam. Vanaf 1979 was hij hoogleraar in de pathologie van de mondholte aan de Vrije Universiteit, en van 1989 tot 2011 was hij hoofd van de afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie van het VUmc/ACTA. Tot 2016 bleef hij als staflid verbonden aan deze afdeling. Hij schreef talrijke wetenschappelijke publicaties en diverse leerboeken en atlassen op het gebied van mond- en kaakziekten. Ook verzorgde hij vele nascholingscursussen.

Start het gesprek

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Plaats uw opmerking!
Vul hier uw naam in

Advertentie
Advertentie

Ontvang onze nieuwsbrief!

Schrijf je in en ontvang als eerste het laatste nieuws in je mailbox

Het laatste nieuws