De tand des tijds

DOOR Astrid Kuiper

Enige weken geleden bezocht ik een lezing. Deze ging nu eens niet over het gebit, maar over pas ontdekte Friese officiersportretten uit de Gouden Eeuw. En over de dood van de Friese adellijke kolonel Schelte van Aysma (1578-1637). Wie schetst mijn verbazing toen in de lezing ook forensische tandheelkunde aan bod kwam.

Met forensische tandheelkunde had ik veel eerder kennisgemaakt. Dat kwam zo. Zo’n twintig jaar geleden was er op  het Centrum voor Bijzondere Tandheelkunde, waar ik nog altijd werk, een tandarts werkzaam die aangesloten was bij het Rampen Identificatie Team (RIT). Het RIT is een onderdeel van het Landelijk Team Forensische Opsporing (LTFO). En dat is weer een samenwerkingsverband van politie, het ministerie van Defensie en het Nederlands Forensisch Instituut.

Menigmaal als er een ramp was gebeurd werd deze tandarts opgeroepen. Direct liet hij dan zijn spreekuur vervallen en spoedde hij zich naar elders. Niet alleen bij rampen, maar ook bij individuele gevallen schakelde men hem in.

Op een ochtend ontving hij bericht dat er aanvullende informatie was over een zaak waar hij mee bezig was, met het verzoek om ’s middags opnieuw langs te komen. Hij vroeg mij met hem mee te gaan. In het mortuarium bleek dat het lichaam van de persoon was gemummificeerd. Eerder onderzoek liet zien dat de gebitsstatus van deze persoon niet overeenkwam met die van vermiste personen in Nederland. De nieuwe informatie bleek een gebitsstatus van iemand uit het buitenland te zijn. Na mondonderzoek stelde mijn collega vast dat de status overeenkwam met het gebit van de persoon in kwestie. Eindelijk kon de familie worden ingelicht en kreeg de persoon zijn definitieve rustplaats.

Maar wat te doen als je op zoek bent naar een persoon die al meer dan vierhonderd jaar dood is? Deze vraag hield amateurhistoricus André Buwalda en museumconservator Jeroen Punt bezig, nadat zij onder een zerk in de kerk van het Friese dorpje Schettens, bij Bolsward, een grafkelder ontdekten. Zij wilden weten of in deze grafkelder inderdaad de resten van kolonel en edelman Schelte van Aysma lagen. Onderzoek volgde. Tijdens het archeologisch onderzoek stuitte men in de grafkelder niet op één schedel – met gebitselementen  – maar op liefst vijf. Forensisch onderzoek wees uit dat het ging om twee schedels van vrouwen en drie van mannen. Alleen die van de mannen kwamen dus in aanmerking voor vervolgonderzoek.

Wonder, oh wonder: er bleek nog één laatste, verre nazaat van de kolonel te leven! Deze was bereid zijn DNA af te staan. De historici namen contact op met het Skeletloket van LUMC en VU. Daar werd uit iedere schedel een tand ‘geëxtraheerd’. DNA schijnt het best geconserveerd te blijven in een gebitselement. En waarachtig, er bleek een match met Schelte van Aysma te zijn: het DNA van de beide mannen was identiek.

In het bijzijn van de verre nazaat van de kolonel én met veel militaire eer werden de stoffelijke resten van Van Aysma in Schettens herbegraven. Ondanks veel vocht en schimmels in de grafkelder had Scheltes gebitselement de tand des tijds doorstaan!

NB: Mocht je geïnteresseerd zijn geraakt door dit verhaal en zelf een kijkje willen nemen in deze Friese kerk? Dat kan. In het slaapvertrek boven de grafkelder kun je een of meerdere nachten logeren.

 

Start het gesprek

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Plaats uw opmerking!
Vul hier uw naam in

Advertentie
Advertentie

Ontvang onze nieuwsbrief!

Schrijf je in en ontvang als eerste het laatste nieuws in je mailbox

Het laatste nieuws